De Picardische Herdershond                               

Herkomst

Het ras is afkomstig uit de Noord- Franse landstreek Picardië. Op de boerderijen fungeerde de Picardische
Herdershond als bewaker en veedrijver. Begin twintigste eeuw was de streek een gunstig smokkelgebied met de
kust en de Frans/Belgische grens, reden voor zowel douaniers als smokkelaars om de Picard te gebruiken ter
verdediging van hun bezittingen. Ondanks dat het ras al sinds eeuwen bestond, kwam de erkenning door de Franse
herdershondenclub pas in 1925. De tweede Wereldoorlog reduceerde het aantal Picards tot een handjevol. Zij
werden, na lang zoeken, gevonden op de boerderijen en met hen werd het ras weer opgebouwd, zij het met
inkruising van o.a. de Bouvier des Flandres. In 1953 werden voor het eerst Picardische herdershonden in het
Franse hondenstamboek opgenomen.

Nog steeds een werkhond

De Picardische herdershond behoort tot de werkhonden van de FCI. Een logisch gevolg van het feit dat de Picard
door de eeuwen heen een gebruikshond is geweest en gebleven. Het land van oorsprong, Frankrijk, stelt dan ook
terecht eisen aan het karakter van de Picardische herdershond: intelligent, leergierig, attent, bereid tot het nemen
van eigen initiatief, een groot aanpassingsvermogen en een behoorlijke dosis “pit”.

In Frankrijk wordt de Picardische herdershond ook nog steeds gebruikt als schapendrijver. In Nederland vormt de
sportafrichting een goed alternatief om de gebruikseigenschappen van de Picard te behouden.

De Picardische herdershond is geschikt voor vele gebruiksdoeleinden. Het is niet alleen een veedrijver of waakhond,
maar meer een “manusje van alles”. Door de eeuwen heen is hij dat altijd geweest en zo moet het ook blijven. In
onze moderne tijd zijn er mogelijkheden genoeg om de werkkwaliteiten van de Picard te behouden, zoals het
reddingshonden werk, speurhond, IPO I, II, III, veedrijven en G&G I, II, III. Daarnaast kunnen baas en hond
veel plezier beleven aan de sporten flyball en agility.

Geen allemansvriend

Voor de baas, het gezin en de vrienden des huizes is de Picard een tolerante en vriendelijke hond. Tegenover
vreemden kan hij afstandelijk en wantrouwend zijn. De Picard staat bekend als een gereserveerde hond. Heftig
aanblaffen van onbekenden op het eigen terrein is dan ook meer regel dan uitzondering bij deze waakhond,
evenals grommen naar of totaal negeren van vreemden die contact zoeken met de hond. Gereserveerdheid is
beslist iets anders dan angst of agressiviteit. Een Picard die eerst de “kat uit de boom kijkt”, maar daarna zelf op
onderzoek uitgaat, vertoont het gewenste karakter.

Het zal inmiddels duidelijk geworden zijn dat de Picard geen hond is die in een enthousiaste, ondoordachte bui
moet worden aangeschaft. De toekomstige eigenaar moet zich goed afvragen of hij overweg kan met het karakter
van de Picardische herdershond. De Picard heeft een leuk, nonchalant uiterlijk waar liefhebbers gemakkelijk op
vallen, maar het karakter is belangrijker dan het uiterlijk wanneer men bedenkt dat juist het karakter de hond
maakt. Het moet klikken tussen baas en hond, zodat zij samen zo’n 10 tot 15 jaar plezier aan elkaar kunnen
beleven.

Gecompliceerd karakter

Wie nu denkt dat de Picard een harde, ongevoelige hond is, heeft het mis. Integendeel zelfs, de Picard is vrij
gevoelig van aard waar het zijn baas betreft. Hij kan bijzonder onder de indruk zijn van een grote mond en kijkt
daarbij alsof hem het grootste onrecht wordt aangedaan. Lijfelijk straffen hebben geen tot weinig uitwerking bij de
Picard; hij is hier vrijwel ongevoelig voor, althans voor de pijn. Afkeurend praten tegen de hond heeft veel meer
effect. Een “baas” die het nodig vindt een Picard met slagen, schoppen of ander lichamelijk geweld
gehoorzaamheid bij te brengen is een verliezer. De hond zal zich tegen hem keren en sommige Picards zullen zelfs
niet aarzelen zo’n eigenaar op een gegeven moment aan te vallen.

De Picard als huishond

Ook wanneer u de sportafrichting gaat beoefenen met uw Picard, blijft het dier een gezinshond. Bij een goede
opvoeding zal het beslist een bijzonder prettig gezinslid zijn. De Picardische herdershond is een waakhond, wilt u
dus een hond die niet blaft wanneer er visite binnenkomt, er gebeld wordt of er ineens “iemand van een paar
huizen verder” de tuin inloopt, dan moet u GEEN Picard nemen. Het is niet zo dat de hond ongecontroleerd dag in
dag uit blaft, maar op bepaalde momenten doet hij dat wel en u kunt dit moeilijk voorkomen. Het is de aard van
het beestje. Komen vrienden het huis binnen dan blaft de Picard wel eventjes, maar snel daarna toont hij zijn
genegenheid. De ene Picard springt de visite ondersteboven, een ander springt op schoot, weer een ander lebbert
het gehele gezicht van de binnenkomer af. Het is maar net wat uzelf toestaat, dus een kwestie van opvoeding. Ook
zijn er Picards die doen alsof iedereen “lucht” voor ze is. Na lang zeuren van de visite willen ze wel even een aai
ondergaan en zoeken vervolgens weer hun eigen plekje op. In ieder geval is een normaal opgevoede Picard nooit
agressief tegenover vrienden en bekenden van het gezin.

Bij voldoende beweging (africhting, wandelingen, naast de fiets in draf) is de Picard een rustige hond in huis. U
zult in de regel ook weinig last van hem ondervinden wanneer hij meegaat naar restaurants, op vakantie of op
visite. Moet de hond EVEN(!) alleen in de auto blijven dan heeft dit meer effect dan een alarminstallatie. Niemand
zal het in z’n hoofd halen uw uitneembare autoradio (die u er toch altijd in laat zitten?) te “snaaien”.

Nog iets over het karakter

Wie zoekt naar een opsomming van positieve karaktereigenschappen van de Picardische herdershond, zoekt
vergeefs. Er bestaat geen definitie van zoiets gecompliceerds als een karakter. Dat kan ook niet, want iedere hond
krijgt een eigenaar met ook weer een eigen karakter, iedere hond wordt anders opgevoed, leeft onder andere
omstandigheden en bovenal: iedere hond is een uniek individu. Geen twee honden zijn hetzelfde, ook niet binnen
een ras.

Onder Picardische herdershonden vinden we moedige, minder moedige, scherpe en soms schuwe honden. Net
zoals bij alle andere rassen. De ene Picard is een druktemaker, de andere vrij bedaard. We zijn spelers, springers,
jagers, vechtersbazen en werkers. Het karakter van hond wordt gevormd door erfelijke omstandigheden, de hond
zelf en uw opvoeding.

Zijn er dan helemaal geen typerende karaktereigenschappen van de Picard? Jawel, dat heeft u in het voorgaande al
kunnen ontdekken, maar dit laat zich niet vertalen in: “lief voor kinderen” en nog meer van dit soort loze kreten.

Picardische herdershonden zijn, van nature, bereid eigen initiatief te tonen, ze proberen altijd ergens onder uit te
komen als ze daar “nu net even geen zin in hebben”, ze hebben een levendige, ondeugende oogopslag die menig
hart in vuur en vlam zet, ze maken graag veel stennis om niets en hebben geen lol in het leven wanneer van hen
altijd strikte gehoorzaamheid wordt gewenst. Picards zijn levensgenieters, nieuwsgierig maar bedachtzaam,
onomkoopbaar voor vreemden maar gevoelig van aard waar het zijn baas betreft. Hij voelt feilloos het verschil aan
tussen spel en ernst.

De baas moet het Picardkarakter kunnen waarderen: aan de ene kant eigenzinnigheid, koppig en temperamentvol,
aan de andere kant gevoelig van aard. Als dat zo is, heeft hij in zijn Picard een kameraad voor het leven gevonden.
Van een Picard wordt zelden afstand gedaan. Veel eigenaren zeggen “eens een Picard, altijd een Picard”. Dit zegt
meer over het karakter dan een opsomming van eigenschappen.

Het uiterlijk

Nu we het uitgebreid over het karakter hebben gehad van de Picardische herdershond, kunnen we aandacht gaan
besteden aan het uiterlijk. Hieronder vindt u een beknopte omschrijving van de meest kenmerkende uiterlijke
eigenschappen van het ras.

De Picard is een warrelig uitziende, ruwharige herdershond met een schofthoogte van 55-60 cm (teven) en 60-65
cm (reuen). Een middelgrote hond dus. De vacht hoeft, in tegenstelling tot vele andere ruwharige rassen, niet
getrimd te worden. Alleen de oren moeten zo nu en dan worden geplukt.

De typische eigenschappen van een Picardische Herdershond zijn:

- de tamelijk hoog ingeplante oren, waardoor het lijkt alsof de pup (die nog maar kort haar heeft) grote
vleermuis oren heeft. Een koddig gezicht. Loopt u over straat met een Picardpup dan hoort u vrijwel iedereen
zeggen: KIJK NOU, DIE OREN!
- het zwevende gangwerk (wolvengang)

Deze twee opvallende kenmerken van de Picardische herdershond onderscheiden hem van andere herdershonden,
zoals de ruwharige Hollandse Herdershonden de Laekense Herdershond. Ook wordt de Picard wel eens aangezien
voor een Bouvier, maar dit ras is in bouw totaal anders. Daarbij heeft de Bouvier hangoren en de Picardische
Herdershond (van nature) staande oren.

Evenals bij vele andere ruwharige rassen wordt het hoofd van de Picard gesierd door het garnituur (wenkbrauwen,
snor en baard). Dit garnituur mag echter niet overvloedig zijn. De wenkbrauwen mogen niet voor de ogen vallen,
dit zou immers het zicht van deze, altijd attente, herdershond hinderen.

De Picardische Herdershond komt voor in de volgende kleuren: fauve (rood), fauve charbonné (rood met zwarte
aftekeningen), fauve bringee (rood gestroomd), fauve bringee de marron (kastanjerood gestroomd), fauve clair
(rossig), sable (zandkleurig) en grise (grijs). De gestroomde vachten kennen daarnaast nog de toevoegingen
“fortement” en “tres fortement” al naar gelang de diepte van de vachtkleur. De kleur van de ogen moet passen bij
de vachtkleur, maar ze mogen nooit lichter zijn dan hazelnootkleurig.

Vachtverzorging

De Picard is een makkelijke hond als het gaat om de uiterlijke verzorging. Hooguit 1 keer per week een grove kam
erdoor en dat is voldoende. De meeste honden worden hoogstens een keer in de verhaar periode gekamd en verder
niet, zelfs niet voor een tentoonstelling. Sommige vachten vertonen echter klitten en die kunnen er uit getrokken of
geknipt worden. Verder hoeft u niets te doen. De Picardische Herdershond heeft een vacht die hem goed beschermt
tegen weersinvloeden. Veel Picards kunnen beter tegen de kou dan tegen de warmte.

Wassen is uitsluitend nodig als de hond zichzelf niet schoon kan maken, bijvoorbeeld nadat hij zich door een
kadaver heeft gerold of in een stinkende sloot is gesprongen. Gebruik wel altijd een hondenshampoo.

Bega niet de vergissing om vlak voor een tentoonstelling de hond nog eens mooi te wassen. Vaak is zijn vacht
daarna zacht en dat is bij de Picard een uitgesproken minpunt. Als de hond toch gewassen moet worden, doe dat
dan uiterlijk 1 week voor de tentoonstelling.

Bron: www.phcn.club
du Bois du Pêcheur
NL
EN
Copyright 2020 du Bois du Pêcheur